Historie

Historie

Oudezijds Voorburgwal 247 1+2L, 1012 EZ Amsterdam

 
Dit gebouw thans Oudezijds Voorburgwal 247 en 249 werd omstreeks 1610 vermoedelijk door Claes Adsiaensz. van Delft als een architectonische eenheid gebouwd op de plaats van enkele middeleeuwse huizen, met gebruikmaking van enkele oude onderdelen.

Sinds 1687 leiden de twee huizen een gescheiden leven. Beide huizen hebben vooral voorname eigenaren gehad. Hoewel de panden oorspronkelijk gezamenlijk werden aangeduid als het Huis aan de drie Grachten, heeft sinds lange tijd alleen nog het zuidelijke deel die naam.

De voorganger van het Huis aan de drie Grachten en het huis er naast waren tot 1578 in bezit van het Oude Nonnenklooster. De huizen kwamen na de Alteratie onder de hoede van Sint Pietergasthuizen, die ze verhuurden. De gasthuismeesters gaven vrijwel zeker meester metselaar Claes Adriaansz. van Delft de opdracht tot de bouw van het grote Huis aan de drie Grachten. Van Delft en zijn drie broers vormden met Hendrick de Keyser en zonen de top van het bouwgilde van het vroeg zeventiende-eeuwse Amsterdam. 

De huizen bleven tot 1687 in het bezit van de gasthuizen. Daarna weden ze afzondelijk verkocht aan Adriaen van der Gheissen (247) en Bonaventura van Dortmont (249)

 
 
Beide huizen vormden na 1610 een architectonisch geheel met zes trapgevels. Ze zijn opgebouwd uit een souterrain, bel-étage en een verdieping en een zolder met vliering. 

Beide beuken hebben een balkrichting noordzuid vanaf de kopgevels aan de Oudezijds Achterburgwal tot aan de voorgevels aan de Oudezijds Voorburgwal. Twee bouwdelen haaks daarop vormen de verbinding en verlenging langs de Oudezijds Voorburgwal tot aan de Grimburgwal. Hierdoor ontstond een grote voorgevel van tien vensterassen. 

De huizen ondergingen door de eeuwen heen verschillende wijzigingen als gevolg van veranderende wooneisen van voorname eigenaren, zoals familie Oetgens van Waveren en Paulus Abraham Gilles (thesaurier generaal van de Unie), of hun huurders aanstelden.